Etappe: IJmuiden - Egmond aan zee
Naar een kaartje van dit gebied
Mensen die denken dat Nederland te vol is zouden
eens op een doordeweekse dag naar het 5300 hectare grote Noordhollands
Duinreservaat bij Egmond- en Castricum aan zee moeten gaan. Buiten
het zomerseizoen kun je daar nog tijden dwalen zonder een mens tegen te
komen. Dat is een manier om een evenwichtige kijk te krijgen op ons
land, dat dus niet alleen bestaat uit eenvormige nieuwbouwwijken en elke
avond met z’n duizenden in de file.
Met deze omvang is het natuurgebied, dat 20 kilometer lang is en op
sommige plaatsen 6 kilometer breed, het grootste aaneengesloten
duinenterrein in Europa. Om er te mogen lopen moet door twee gulden een
dagkaart gekocht worden. Dit geld gebruikt het Provinciaal
Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN), dat het beheer uitvoert namens
het provinciaal bestuur, voor het "natuurbehoud". Sceptici
zeggen dat het gebruikt wordt om de controleurs te betalen.
Het waterleidingbedrijf is hier in 1920 terecht gekomen toen het enkele
kleine bedrijfjes overnam. Mensen uit de streek hadden in 1885
ontdekt dat je - in tegenstelling tot het oppervlaktewater dat meestal
gebruikt werd - geen tyfus of cholera kreeg van het grondwater uit de
duinen. PWN zorgde voor een efficiënte distributie van het door het
natuurgebied gefilterde water. De inwoners van Heiloo waren de eerste van
de nu 1,5 miljoen mensen die van drinkwater worden voorzien.
Mede door de vraag van de industrie werd op een gegeven moment meer water
aan de duinen onttrokken dan dat er door de regen bij kwam. Vanaf 1957
wordt er dan ook IJsselmeerwater in de duinen gepompt. Via
infiltratiekanalen loopt het door het zand om later weer opgepompt te
worden.
Nabij Castricum ligt het bezoekerscentrum De Hoep (toegang gratis,
behalve maandag alle dagen open). Dit futuristisch ogende gebouw werd vijf
jaar geleden geopend om met name de jeugd een idee te geven van de natuur
hier en de weg die het drinkwater aflegt voordat het de kraan in de
badkamer bereikt.
Kinderen kunnen met de computer leerzame spelletjes doen, maar er ook zelf
op uittrekken in de naast het gebouw geleden duintuin. Ze krijgen dan een
kruiwagen mee waarin opdrachten en materiaal als een vergrootglas in zit.
In de tuin staat de "top 50" van alle planten die in de duinen
voorkomen; van teunisbloem tot koningskaars.
Dit duinengebied ontstond in de periode tussen 1000 en 1200 na
Christus. Aan alle natuurlijke voorwaarden (een zeebodem die uit zand
bestaat, een ondiepe zee, het verschil tussen eb- en vloed niet te groot
en een wind die overwegend landinwaarts staat) werd voldaan. Voor de
duinen was het een gebied met kreken en zandplaten.
In het bezoekerscentrum veel aandacht voor de dieren en planten. Zo blijkt
bijvoorbeeld dat konijnen door hun vele knagen en graven zorgen dat het
plantendek open blijft en daardoor een nuttige bijdrage leveren. In de
jaren vijftig dreigde daar een eind aan te komen toen de duinkonijnen
getroffen werden door een myxomatose-epidemie. Inmiddels is de populatie
weer op het oude peil terug.
Er is in het centrum een vitrine met twintig opgezette vogels, waarvan de
bezoeker het zanggeluid kan horen door op een knop te drukken.
Natuurliefhebbers kunnen zowel te voet als op de fiets daarna zelf op
ontdekking uitgaan. In het natuurreservaat zijn 28 gemarkeerde wandelingen
uitgezet, maar met een detailkaart (verkrijgbaar bij De Hoep, waar ook de
dagkaarten verkocht worden) zijn de recreatiemogelijkheden nog groter.