Etappe Enkhuizen-Hoorn
Naar kaart van dit gebied
Dat de (Zuider)zee dit deel van de Nederlandse kuststrook in de loop der
eeuwen flink geterroriseerd heeft is duidelijk te zien aan het grillige
verloop van de dijk tussen Enkhuizen en Hoorn. Deze zogeheten WestFriese
Omringdijk dateert in ieder geval van 1320, omdat de graaf van Holland dan
voorschriften uitgeeft over het behoud er van. Het is een prachtig stuk om
te wandelen met links het (vandaag) kolkende IJsselmeerwater en rechts
hier
en daar een pluk riet waar vogels in nestelen. Veel vogels zitten vlak
voor
Schellinkhout in een oude kleiput, De Nek geheten.
Er zijn vandaag meer mensen op pad met een rugzak, maar ook fietsers maken
dankbaar gebruik van het prachtige trajekt. Het is eigenlijk
verbazingwekkend dat op deze dijk, die vanwege de 'grote
cultuurhistorische
waarde' in 1983 op de provinciale monumentenlijst is geplaatst, auto's
toegestaan worden. De weg is op de meeste punten maar net breed genoeg om
twee voertuigen elkaar te laten passeren.
De dijk heeft erg te lijden gehad onder de stormen die er overheen kwamen.
In de tweede helft van de vijftiende eeuw werd een groot deel van de
voorlanden weggeslagen. Als oplossing werd toen in 1466 bedacht dat er wel
paalschermen geplaatst konden worden. Die schermen hebben het tot 1733
uitgehouden, toen paalwormen er massaal bezit van namen en al het hout
vermorzelden. De schermen knapten af als luciferhoutjes. Hierna werd
de
dijk versterkt met een steenglooiing.
Bij 'De Nek' houden de meeste wandelaars en fietsers even stil. Het
gekrijs
van meeuwen snijdt door de lucht. Deze kleiput wordt sinds 1922 door 2000
kokmeeuwen gebruikt als broedplaats. Maar ook bergeenden, dodaards en
meeuwen strijken hier graag neer. Volgens een informatiepaneel van de
provincie is tussen de stenen van de dijk een bijzondere huisjesslak te
vinden: De Steenbikker.
Hoorn is het eindpunt vandaag. Jammer dat je eigenlijk altijd door een of
ander industrieterrein moet om deze historische plaats binnen te komen. De
geboorteplaats van Jan Pieterszoon Coen, die nog steeds streng het
winkelcentrum inkijkt, is rijk geworden door de handel in hout en slaven
en
de walvisvaart. Helaas blijkt het koopzondag te zijn, zodat alle straten
vergeven zijn van de mensen. Gelukkig speuren die allemaal naar koopjes
die
op andere dagen van de week niet te krijgen zijn, zodat het lekker stil is
in het Museum van de Twintigste Eeuw. Die naam is wellicht wat verwarrend.
Want allesomvattend is het museum (natuurlijk) niet. Het is meer een
rariteitenkabinet van dingen die de mensheid heeft uitgevonden en gebruikt
in de jaren tussen met name 1940 en 1990.
Speciale aandacht is er voor het allereerste winkeltje van Jacob Blokker,
die op 25 april 1896 in Hoorn de basis legde voor wat nu een concern is
met
450 winkels in heel Nederland. Jacob begon met de verkoop van landbouw
gereedschappen en wist grote bekendheid en klandizie te krijgen door zijn
opvallende etalages en bijzondere reclames. In Hoorn en omstreken was zijn
jaarlijkse 'kinderwagenoptocht' een groot evenement. Elk voorjaar kwam per
trein zijn nieuwe voorraad van 300 kinderwagens binnen. Moeders met
kinderen
brachten die in een lange, feestelijke optocht dwars door de stad naar het
magazijn.
In het museum zijn verschillende tafereeltjes en winkels uit de vorige
eeuw
nagebouwd. Zoals een klaslokaal uit de Ot en Sien-tijd, compleet met de
prachtige bijbehorende schoolplaten. En een melkboer, die met een kratje
schoolmelk klaarstaat. Verder allerlei apparaten, zoals historische
typemachines, het allereerste dicteerapparaat met wasrollen, de
snelkookpan
(al uitgevonden in de 17e eeuw) en telefoons van bakeliet (een
vinding uit
1907 van de Belg Leo Baekeland). Aardig is het allereerste Philips
televisietoestel, dat door zijn vorm de naam 'Hondehok' meekreeg. Dit
zwart/wit toestel kostte in 1950 - inclusief het plaatsen van de antenne -
duizend gulden.
Links:
Speelgoedmuseum
De Kijkdoos
Museum van de Twintigste Eeuw