| Noord-Friesland: Moddergat
Naar een kaartje van dit gebied
Zelfs de Friezen zijn het er eigenlijk wel over eens: Langs de noord-rand
van hun provincie is niets te beleven. Geen bos, geen strand, geen duinen,
geen musea en alleen miniscule dorpjes. Neem Moddergat, een plaatsnaam die
niet direct warmte en levensvreugde uitstraalt. Toch is het
eigenlijk de enige attractie tussen Harlingen en Lauwersoog. Het herbergt
namelijk het museum ‘t Fiskershúske.
Een museum is een succes als het iets doet met de bezoeker. Dat het je
vrolijk maakt of juist tot nadenken stemt. Als je na een uur het Fiskershúske
verlaat dan denk je: Wat een geluk dat we in deze tijd leven! De bewoners
van het dorp hebben - zoals te verwachten in deze grauwe streek - een
verre van vrolijk bestaan gehad tot het midden van de vorige eeuw.
De belangrijkste bron van inkomsten is hier de visserij geweest. En
iedereen moest daaraan meewerken. Gezinnen van acht kinderen of meer, die
allemaal in één kamer van vier bij vier woonden. De vrouwen zorgden
doordeweeks, als de mannen uitgevaren waren, niet alleen voor de kinderen,
maar ook voor het uitventen van de gevangen vis. Daarbij moesten ze met
loodzware manden tot voorbij Dokkum lopen. En als in het najaar de scholen
vis dicht onder de kust kwamen moest het zogeheten hoekwand uitkomst
bieden. Elk schip voer dan uit met een net met lijnen en haken, waaraan
dan 6000 pieren bungelden. En de vrouwen moesten die pieren vangen; elke
dag minstens duizend stuks. In het museum is een pop te zien: gestoken in
een laarzenbroek en zuidwester op met een spade het wad op.
Het Fiskershúske omvat vier huisjes van rond 1850. In topjaren komen hier
15.000 bezoekers. Het afgelopen seizoen werden 11.000 kaartjes verkocht.
Het eerste pandje werd in 1965 als museum in gebruik genomen. Het laatste
kwam er in 1995 bij en werd tot haar dood in 1986 bewoond door Klaske van
der Lei, de laatste vrouwelijke visafslager van Nederland en erelid van de
museumstichting. De bezoeker treft haar huisje aan in de staat van rond
1950. Lopend door de keuken lijkt het alsof de ruimte nog gewoon in
gebruik is, met allerlei artikelen in de oorspronkelijke verpakking uit
die jaren op de aanrecht. In de andere woningen wordt informatie
gegeven over de verschillende schepen die in de loop der tijd gebruikt
zijn en over de nabij gelegen garnalenfabriek. De vissers lieten, omdat ze
niet veel bezaten, een zo simpel mogelijk gebouw neerzetten om de gevangen
garnalen te verwerken. ‘De in 1924 gebouwde fabriek werd al snel een
begrip in de omgeving en niet in de laatste plaats vanwege de enorme stank
die verspreid werd in de omgeving’, meldt een toelichting fijntjes.
De donkerste dag in het bestaan van het tweelingdorp Paesens-Moddergat was
6 maart 1883. Die nacht zonk vrijwel de gehele vissersvloot in een storm
en 83 vissers verdronken. Elk gezin werd hierdoor getroffen. De vrouwen
bleven achter zonder inkomen. Voor hen werd een landelijke inzameling
gehouden, die voor die tijd het gigantische bedrag van 150.000 gulden
opbracht. De beheersstichting achtte het echter wijs niet alles ineens uit
de keren aan de slachtoffers, zodat de vrouwen een kwartje per week
kregen. Ze bleven dus in bittere armoede leven.
De ramp kende één overlevende. Kort na de storm kwam de blazer WL2, die
een jaar daarvoor voor 7000 gulden nieuw was aangeschaft bij een werf in
Makkum, op zijn kop naar de kust drijven. Nieuwsgierigen hoorden kloppen
op de binnenkant van de scheepshuid. Daar vonden ze Gerben Basteleur, die
zich in een luchtbel in leven had weten te houden. Hij was de enige van de
zeskoppige bemanning die kon verhalen van de ellende. Basteleur repareerde
het schip en ging weer uit varen. Er moest immers brood op de plank komen?
Al bij zijn eerste vangst vond hij tussen de vissen het dode lichaam van
zijn broer. Basteleur zelf werd 53 jaar. Hij stierf in een bed. Met zijn
schip, de WL2, liep het echter slecht af. Het werd in 1939 overvaren door
een Duits vrachtschip. De toenmalige twee schippers kwamen daarbij om het
leven.
Na zoveel troosteloosheid is het goed om tegenover het museum de dijk op
te klimmen en bij het monument voor de omgekomen vissers het wad over te
turen, diep in te ademen en te denken: Ik leef!
|
Een ere-gallerij voor de hedendaagse vissers van
Moddergat

Een Engelse onderscheiding voor de slachtoffers
van de ramp.

Een maquette van het dorp. Op de achtergrond is
de dichtslibbende Waddenkust te zien.

De redding van Basteleur.

Het huisje van Klaske van der Lei. (foto is groot
te klikken)

6000 pieren zoeken elke week!

Het Fiskershuske voordat het gerestaureerd werd
en onder zoals het nu is.

|