Etappe: Terschelling 1
Naar een kaartje van dit gebied
Grenzeloos Terschelling 1
Eilanders
kijken er niet van op, maar voor een toerist is het toch wel vreemd dat de
snelboot “De Koegelwieck” niet, zoals beloofd in folders en op
internet, in 45 minuten rechtstreeks naar Terschelling vaart. Daarvoor
betaal je toch een toeslag om te voorkomen dat je met landerige kinderen
twee uur op een langzame boot zit. De overtocht met de snelboot wordt met
30 minuten verlengd, omdat hij eerst naar Vlieland vaart om daar mensen af
te zetten en vervolgens de oversteek maakt naar Terschelling, ons doel van
vandaag.
“Terschellingers
beleefden goede tijden in de 18e eeuw door de walvisvaart en
door ruilhandel met de Groenlanders, maar de echte ‘Gouden eeuw’ begon
naar de Tweede Wereldoorlog met de opkomst van het toerisme”, zo wordt
in een van de musea van het eiland treffend samengevat. Op het eiland is
het zo in de zomermaanden dan ook weer druk. Het bewolkte weer lokt de
mensen naar ‘west’ om te struinen en consumeren. Er worden boottochten
gemaakt om op een zandplaat naar zeerobben te kijken. Voor het album en de
thuisblijvers de foto’s bij het standbeeld van de eenzame vrouw, daar in
1993 neergezet door de Stichting Gerrit Luidenga als gedenkteken voor alle
Terschellingers die het leven lieten op de zee.
Het
leven op het eiland is niet altijd zo aangenaam geweest als nu. De eerste
bewoners, de sporen dateren van het jaar 800, hebben zelfs een ronduit
pijnlijk bestaan gehad. Skeletvondsten hebben aangetoond dat de bewoners
toen misvormd en vergroeid waren als gevolg van tuberculose en reuma. En
dan waren er nog de aanvallen van de zee, zoals die op het eiland Griend
dat tot Terschelling gerekend wordt. Ooit was er op dat wat nu een
vogeleiland is een Norbertijner kloosterschool gevestigd, dat echter door
de zogenoemde Sint Luciavloed op 14 december 1287 weggevaagd werd. En in
1562 verdween een deel van West-Terschelling door kustafslag in zee.
De
hedendaagse toerist – jaarlijks komen 300.000 mensen naar het eiland –
zullen denken dat Terschelling altijd al zo groen was als nu. Dat is
echter niet zo. Tot honderd jaar geleden was het een geheel boomloos
gebied. De maar liefst 550 hectaren bos die er te vinden zijn werden in de
periode tussen 1911 en 1934 aangeplant, deels bedoeld voor mijnbouw. Het
hout zou gebruikt worden om mijngangen te stutten, maar de geschiedenis
bepaalde anders.
Terschelling
heeft in Nederland onder andere een bekende klank gekregen door het
jaarlijkse Oerol-festival. Uit de hele wereld komen kunstenaars om hun
gaven te laten zien. De naam Oerol komt van een eeuwenoud gebruik. Oerol
betekent letterlijk “overal” en stond voor de periode waarin de
eilanders tussen herfst en april hun vee overal los mochten laten lopen.
Aan de traditie werd in 1942 een einde gemaakt door de Duitse bezetter,
die het onverantwoord vond de koeien en schapen over wegen en paden te
laten zwerven. Het argument was dat er zo ongelukken konden gebeuren met
auto’s.
In
“West” is het Centrum voor Natuur en Landschap te vinden, dat een
uitgebreid beeld geeft van de natuur. Informatie over eb en vloed, alle
vogels en hun geluiden, speciale aandacht voor de Griend, dat jaarlijks
60.000 broedvogels ontvangt. Er is ook een film van het leven op die
zandplaat, maar die is ongeschikt voor kleine kinderen, die het wrede
inhakken en uit elkaar trekken van pasgeboren kuikens door grote vogels
niet kunnen begrijpen. De aquaria die in het centrum staan komen op de
regelmatige museumbezoeker als gedateerd over.
Leuk
is wel het verhaal over de ontstaansgeschiedenis van de cranberry-bes, die
buiten Terschelling alleen te vinden is in Canada, het zuidelijke deel van
de Verenigde Staten, Rusland en Vlieland. Deze Amerikaanse veenbessen zijn
eind 19e eeuw in een vat aangespoeld en gevonden door jutter
Pieter Sipkes, vandaar dat de vruchten in de volksmond ook Pieter
Sipkesbeien heten. Dat de bessen tijdens hun zeereis zo lang goed zijn
gebleven komt omdat ze het natuurlijke conserveringsmiddel
natriumbenzonaat bevatten. Het verhaal wil dat Sipkes dacht een vat met
alcoholische drank gevonden te hebben. Toen hij ontdekte dat er slechts
vruchten in zaten trapte hij het hout in de duinen kapot en daar op die
plek bloeiden de eerste cranberry-velden op.
Op
internet: