Naar een kaartje van dit
gebied
Etappe Ketelbrug –
Lemmer
‘Als
ik over de Ketelbrug de Noordoostpolder binnenrijd dan voel ik me weer
thuis’, zei ooit iemand. Als geboren Veluwenaar gewend aan licht
glooiende bossen kon ik me dat niet voorstellen en ondanks dat we zelf
enige tijd op de poldergrond hebben gewoond heeft dat gevoel van
thuiskomen zich nooit meester gemaakt van ons. Vlak en vaak wind heeft
kennelijk niet op iedereen aantrekkingskracht.
Bij het
passeren van de brug valt vandaag direct de provisorische reparatie van de
reling op. Nog maar kort geleden boorden zich met catastrofale gevolgen
een vrachtwagen en een busje door de omheining om tientallen meters lager
op het water te klappen. Een mens rilt alleen al bij de gedachte en het
zien van de enorme hoogte.
Direct
naast de brug is een strandje, dat vooral bekendheid geniet vanwege de
winterse duiken die de zwemvereniging hier telkens op 1 januari houdt. Het
ligt er mede door de aanhoudende buien verlaten bij. Alleen een eenzame
schatzoeker speurt met zijn metaaldetector het zand af naar verloren
muntstukken. Hij heeft geen geluk. Slechts verroeste colablikjes vallen
hem ten deel.
Verder
naar Urk. Het is er druk. Bussen Duitsers komen om zich te verbazen over
dat dit ooit een eiland in de Zuiderzee was. Ze staan ook in de rij om de
Urker vuurtoren te beklimmen. Het gebouw dateert uit 1844 en is geplaatst
tijdens de regering van Willem II. De vrijwilliger bij de kassa betreurt
het dat de 24uurs-bewaking van dit deel van het IJsselmeer Urk is ontnomen
en voortaan uit Lelystad plaatsvindt. “Maar de vuurtoren doet het nog
wel hoor, hij heeft nog een functie”, voegt hij er direct aan toe.
Direct buiten ligt een enorm anker. Het blijkt in 1959 opgevist te zijn
door de bemanning van de UK11 en UK66. Het gevaarte is vijf meter lang en
drie meter breed en heeft ooit – in 1512 – toebehoord aan een
driemaster.
Grappig
is het nieuwste monumentje dat letterlijk aan de voet van de vuurtoren te
vinden is. Het gaat over de legende van een Urker geboorte, gemaakt door
Pieter Brouwer en Jan Kas en hier in 1999 neergezet. Dit verhaal vertelden
ouders hun kinderen: Man en vrouw roeien naar de Ommelebommelesteen: “In
’t water ligt een grote steen, de kern van ons bestaan, hier kwamen
allen Urkertjes uiteindelijk vandaan”.
Buiten
Urk ligt het –hoe kan het ook anders – Urkerbos. Hierin is het
Geologisch Reservaat P. van der Lijn te vinden. Het is echter alleen
toegankelijk onder begeleiding van een opzichter van Flevolandschap, dat
het terrein sinds 1994 beheert (tel. 0320-288385). Het veld, waarop een
verzameling stenen uit de ijstijd van 180.000 jaar geleden te vinden zijn,
is in 1997 uitgeroepen tot Aardkundig monument en dat was een officiële
erkenning van de grote geologische en natuurhistorische waarde. Van achter
het hek dat het reservaat afsluit is niets te zien van die pracht. Er
liggen alleen wat schapen te herkauwen tussen een paar doodgewone keien.
Leukste
onderdeel van de dag lijkt het zoeken naar ‘de Rotterdamse hoek’. Het
gaat om de eerste knik in het dijkvak van Urk naar Lemmer. Volgens de
overlevering zou er voor het opvullen van dit gat gebruik gemaakt zijn van
het puin van Rotterdam na de bombardementen door de Duitsers. De afzwaaier
in de dijk is duidelijk te zien en we slaan af bij het Zuidermeerpad. Aan
het eind staat een verlaten ogende boerderij. Hoewel de gaten in het dak
en de muren zitten liggen er wel verse hooibalen. Ziet er vreemd uit. Net
op de dijk ontmoeten we een wandelend duo. Twee mannen op leeftijd die het
bestaan en de geschiedenis van de Rotterdamse hoek bevestigen. Ze komen
hier vaker. De plek wordt gemarkeerd door een vuurtorentje en een bank.
Het achterliggende bos onttrekt volgens de mannen een eendenkooi aan het
zicht. Het is in ieder geval volkomen ontoegankelijk.
Later
onderweg naar Lemmer worden we in de berm gedwongen door een vrachtwagen
met daarop de brede kajuit van een nog te bouwen schip. Ongetwijfeld
onderweg naar Urk. In Lemmer heerst een zomerse sfeer. Niet alleen omdat
het de zon eindelijk is gelukt door het wolkendek te priemen, maar vooral
omdat er een braderie in het centrum is. De haven ligt vol met
plezierjachten. “Het zijn vooral Duitsers”, zegt de suppoost van het
streekmuseum, gevestigd in het oude gemeentehuis (1898). In het museum
vooral aandacht voor de historie van Lemmer als vissersplaats. Er zijn
scheepsmodellen, er is een huiskamer uit de vorige eeuw nagebouwd en
historisch speelgoed. En enige vitrines met Lemmer aardewerk, waarvan een
paar pronkstukken ernstig beschadigd zijn. “Komt door de jeugd”, zegt
de suppoost. “Ze hebben tijdens de jaarwisseling een lawinepijl door de
schoorsteen van onze gevelkachel geschoten, dus alle vitrines lagen hier
omver”. Over belangstelling heeft het Streekmuseum dit jaar niet te
klagen. “Door Simmer 2000 komen er heel veel buitenlanders. Vaak
Amerikanen. Maar die zijn alleen geïnteresseerd in oude foto’s. Die
willen zien hoe het hier was toen ze weggingen”.

In het museum van Lemmer onder
andere scheepsmodellen van de vroegere vissersschepen.

Maar ook een nagebouwde kamer
uit de vorige eeuw.
Aanbevolen link bij dit verhaal:
www.urksfruit.nl