Naar een kaartje
van dit gebied
Vlieland
deel 2
Wonen
op een eiland betekent leven met de constante dreiging van de zee.
Vlieland weet daarvan mee te praten. Ooit had het eiland nog een
belangrijke plaats, “West”,
dat in 1736 in de golven verdween. Anno 2000 dreigt voor “Oost” echter
eenzelfde lot. Door het afkalven door de zee komt de oostpunt steeds
verder landinwaarts. Sinds 1976 worden allerlei maatregelen genomen om dit
proces te stoppen. Zo werd in 1980 zogeheten duinvoetverdediging
aangebracht, maar die bleek tien jaar later geheel verdwenen te zijn. Om
het eiland met zijn vijfhonderd woningen en 1200 inwoners te beschermen
tegen de aanvallen van de zee wordt jaarlijks 60 miljoen gulden geïnvesteerd
door de overheid. Tot op heden is, zo blijkt uit een informatiepaneel in
museum De Noordwester, nog
steeds geen blijvende, afdoende oplossing gevonden.
Verwijzingen
naar het eiland Vlieland komen voor het eerst voor in 1245. Het heette
toen nog Insula Fle, Latijns
voor “eiland bij de Flevostroom”. Oorspronkelijk was Vlieland groter
en zat het zogeheten Eyerland er aan vast. Voortvarende monniken uit
Harlingen, die er landbouw bedreven, gingen een kanaal naar de Noordzee
graven om hun waren sneller af te kunnen voeren. Toen de zee er met een
vloedgolf binnendrong werd het Eyerland afgescheiden.
Omdat
er nauwelijks geschikte bouwgrond was moesten de bewoners zich bedruipen
met de visvangst en handel over zee. Gezien de ligging van het eiland
lukte dat goed. Voor de rede
van het eiland gingen veel schepen voor anker die van en naar Oost-Indië
voeren. De schepen lagen daar beschut voor vijandelijke aanvallen. Naar
Indië waren ze drie jaar onderweg en als ze dan terugkwamen wisten ze
niet wat de situatie in Het Kanaal zou zijn. Zouden ze gezien worden als
vriend of vijand? Daarom gingen de Indië-vaarders rond Ierland en
Schotland om in eerste instantie af te meren in een Noors fjord, om
vervolgens de oversteek te maken naar Vlieland. Het belang van het eiland
maakte ook dat er een drukke postdienst was met Amsterdam. De kapiteins
moesten snel laten weten dat ze waren aangekomen. Die dienst, die
overigens tot 1923 in stand gehouden werd, liep via Texel naar de vaste
wal, vandaar dat het Posthuys (nu een horecagelegenheid) ook helemaal in
het westen van het eiland ligt. Aan die kant lag ook ooit grootste plaats
van Vlieland. Ooit stonden in West-Vlieland vierhonderd huizen. Door de
oprukkende zee vertrokken steeds meer mensen.
In 1712 waren nog honderd huizen bewoond, de meeste bewoners waren
toen al vertrokken naar “Oost”.
Musea
Vlieland
heeft twee musea. In het Tromp’s Huys, het oudste nog bestaande gebouw
nadat de Spaanse troepen het dorp in 1575 in brand staken, is een
uitvoerige beschrijving van de historie te vinden. Het was ooit de woning
van de commissaris van toezicht, die de scheepsvaart bij deze poort voor
de handelsvaart op de Oostzee in de gaten moest houden. Het gebouw werd
tussen 1896 en 1922 bewoond door de Noorse zeeschilderes Betzy Rezora
Akersloot-Berg. Verschillende kamers zijn nagebouwd in de stijl toen zij
het bewoonde. Bovendien hangt er een groot aantal van haar schilderijen,
waarin de invloed van Mesdag, die haar les gaf, te zien is.
Het
andere museum, De Noordwester, gaat voornamelijk over de natuur en de juttervondsten.
Er is ook een zeer ouderwets zee-aquarium, waarvan de pompinstallatie door
hoog water werd beschadigd. Er is een inzamelingsactie aan de gang,
waardoor 50.000 gulden voor een broodnodige vernieuwing van het aquarium
mogelijk moet worden. Leukste van dit museum is de rommelzolder, waarop
allerlei uiteenlopende juttervondsten te zien zijn. Er is onder andere een
wand met allemaal schoenen. Daarbij een knipsel: “In Nederland spoelen
vaker linker- dan rechterschoenen aan, terwijl het in Schotland andersom
is. Volgens wetenschappers komt dit waarschijnlijk door de vorm van de
schoenen….”
Aanbevolen
link:
Het
Posthuys (heerlijke pannekoeken!)

Een deel van de juttervondsten in het museum De
Noordwester (foto is groot te klikken)