Grenzeloos.nl etappe nr
10, Lattrop – Buurse
Kaartje
van dit gebied
Of we
koffie willen? Koekje er bij? Welke museumdirecteur/suppoost ontvangt zijn
gasten zo? En heeft dan ook nog twee uur de tijd voor ze! Dat gebeurt in
het Zandlopermuseum in Glanerbrug. En je hoeft daar ook nog eens geen
entree te betalen. Het heeft allemaal te maken met het enthousiasme van
Hennie Bijkerk (51). Wat in 1988 als geintje begon door de aanschaf van
een zandlopertje op een rommelmarkt in Ootmarsum voor een dubbeltje is
uitgegroeid tot een heus museum in zijn tuin waar nu meer dan duizend
verschillende zandlopers en driehonderd eierwekkers staan te pronken. En
elk exemplaar heeft zijn verhaal, dat Hennie graag wil vertellen.
“Het
is eigenlijk een ziekte. Vroeger ging je naar de rommelmarkt, nu moét
je”, bekent hij. Om zijn zaterdag zo optimaal mogelijk te gebruiken
pluist hij de hele week de kranten uit naar aankondigingen van
rommelmarkten, maakt daar een lijst van en werkt een “aanvalsplan”
uit. “Soms doe ik zo twaalf rommelmarkten op een dag. Begin ik om negen
uur en kom om half elf ’s avonds thuis”. Het handelen vindt hij een
van de leuke dingen van zijn hobby: “Vijfentwintig gulden? Je durft
nogal te vragen zeg!”. Zo is hij er trots op een zandloper te hebben die
gebruikt zou zijn door de Huron Indianen in Canada. “Met veel moeite heb
ik op een markt in Utrecht kunnen afdingen tot zestig gulden. Kwam er een
collega-verzamelaar en die raakte helemaal opgewonden bij het zien van
deze zandloper. “Waar heb je die vandaan Hennie?”, zei hij. Bleek dat
hij dezelfde soort loper bij een handelaar had gezien en die vroeg er
doodleuk drieduizend gulden voor. De prijs wordt bepaald door wat een gek
er voor vraagt en een idioot er voor geeft”.
Bijkerk,
vroeger natuurgids geweest en volgens eigen zeggen ooit “de grootste
vogelkweker van Overijssel”, weet boeiend te vertellen over zijn
collectie en over de historie ervan. Zo zou de eerste zandloper uit de
veertiende eeuw stammen en werden ze in kerken gebruikt om de duur van
preken te bekorten. “Er waren predikanten die spraken wel vier uur
achtereen. Om daar wat aan te doen werd een zandloper op de kansel gezet.
Duurde het langer, dan kreeg de dominee een boete”.
Het
mini-museum, dat pas drie jaar geopend is voor publiek, is alleen na
telefonische afspraak te bezoeken (tel. 053-4613765). “Op die manier
hoef ik niet een hele dag te zitten wachten of er misschien iemand komt en
bovendien weet ik dat de mensen dan ook echt geïntresseerd zijn”.
Ander
zand zien we bij de wandeling door het Dinkelland. Dit is een prachtig
natuurgebied in het lintvorminge beekdal van de Dinkel tussen de Duitse
grens en de Oldenzaalse stuwwal. Het is al een oud toeristisch gebied
tussen Denekamp en de Lutte, want het meest verbazingwekkende is dat in
het bos her en der, gelukkig zonder enige omheining, vakantiehuisjes
staan. Tegenwoordig zou zoiets onmogelijk zijn. Mooier is het lopen langs
de oevers van de Dinkel. De historie van deze beek voert terug tot 20.000
jaar geleden. En het is een van de weinige watertjes in Nederland waar de
mens nog niet ingegrepen heeft. Nog slechts 6% van alle rivieren en beken
in ons land volgt de oorspronkelijke, natuurlijke loop. Duidelijk is in de
uitgeslepen oevers de historie van het gebied te zien. Zo lopen er
grindsnoertjes door, die volgens de deskundigen aantonen dat in die
periode harde poolwinden al het zand hebben weggeblazen en alleen het
grind achterbleef.
Het is
overigens een echt “picknickmanden-gebied”. Op een mooie zomerdag kun
je je hier makkelijk met een gezin een hele dag vermaken. Er zijn volop
klimbomen, zandstrandjes om te poedelen en er is schaduw voor de ouders.
Even
verderop in De Lutte, aan de weg naar Losser,
bezoeken we een Arboretum. Dit “bomenmuseum” is volledig
uitgestorven. Het is ruim opgezet en vooral het poelenlandschap is
prachtig om doorheen te wandelen. Het informatiecentrum is alle werkdagen
van 9 tot 16 uur geopend en in het zomerseizoen ook op zondag. Bijzonder
is de route die voor visueel gehandicapten is opgezet. Door markering in
het pad weten slechtzienden hoe ze moeten lopen. Bij verschillende bomen
staan bordjes met in braille een toelichting en daarnaast is het mogelijk
de bast en bladeren te voelen.