Etappe 6 Budel – Reusel
“Grenzeloze
natuur” meldt het bordje. Het zou er speciaal voor deze rubriek
opgehangen kunnen zijn. Het markeert het begin van het natuurgebied
Plateaux, het eerste project in de Benelux waar grensoverschrijdend
natuurbeheer plaatsvindt. De
Nederlanders waken over hun 350 hectare en de Belgen hebben nog eens 220
hectare, die naadloos op elkaar aansluiten. Natuurmonumenten heeft er met
de Vlaamse Natuurreservaten onder andere IJslandse paarden en
Galloway-runderen op losgelaten.
De
rondwandeling vinden is niet simpel. Gelukkig is er zo’n vijf kilometer
voor de grens een vriendelijk Belgisch paar, dat met de punt van de
paraplu in het zandpad de afslagen uittekent. En inderdaad, recht
tegenover het BP-station met de grensovergang in zicht is een klein
zandpad waar de Nederlandse ingang is tot dit uitgestrekte natuurgebied.
De vier rondwandelingen (van een en twee uur) kunnen makkelijk achter
elkaar doorgelopen worden. Het eerste stuk gaat echter altijd door de
oninteressante vloeiweiden. Blijkens de folder bij de ingang is
Natuurmonumenten er echter wel trots op. De vloeiweiden heten ‘uniek
voor Nederland’ te zijn. Ze werden in de negentiende eeuw aangelegd om
de grond geschikt te maken voor hooiwinning om paarden te voeren. Door een
ingenieus systeem sijpelt water tussen het opkomende gras door. Toen de
handel in hooi afnam werden voor de luciferindustrie populieren geplant.
Het is allemaal echter nogal rechtlijnig en levert daardoor geen boeiend
aanblik op. Gelukkig laten we na een kwartier dit deel achter ons en komen
dan in een spannender landschap. Na het passeren van een hek met de
melding dat hier paarden en runderen vrij rondlopen ontstaat er een soort
‘cowboy- en indianensfeertje’. Het voortdurend rondspeuren, door de knieën
zaken, het enthousiast ‘ja!’-roepen om teleurgesteld te constateren
dat het slechts om een forse struik gaat, wordt uiteindelijk beloond als
we na het ronden van een bocht oog in oog staan met een heuse kudde wild
behaarde runderen. Ze gunnen ons nauwelijks een blik waardig en vervolgen
bedaard hun vreetzame weg door het bos.
Een
gemeentelijke visvijver, nabij het riviertje De Dommel dat het terrein
doorkruist, wordt omgevormd tot een amfibieënpoel. Hier komen ook een
vogelkijkwand en nog een kijkplatform bij. In België ligt het
Natuureducatief Centrum De Wulp, geopend op zaterdag en zondag van 14 tot
18 uur, dat met name voor kinderen leuk is.
Terug
naar Nederland, slechts een tiental kilometers landinwaarts ligt Bergeijk.
Dit dorp herbergt sinds 1995 het ‘Automuseum Bergeijk’ (entree 12,50
volwassenen, 5 gulden kinderen). Gevraagd naar de relatie met het in
dezelfde provincie gelegen Autotron reageert niemand kriegelig, alhoewel
duidelijk is dat deze vraag dagelijks zeker een paar maal door de kassaruit
gaat. ‘We hebben niks met het Autotron te maken’, zegt een familielid
van oprichter Janus Kennis, die in de vijftiger jaren begon met deze
verzamelhobby. ‘We verkopen ze alleen wel eens een paar auto’s’,
zegt hij. En handel, daar draait het eigenlijk allemaal om in deze
verbouwde fabriekshal. In de riante ruimte staan driehonderd auto’s,
daterend uit de begintijd van de auto tot pakweg 1980. ‘En alle wagens
zijn te koop, daarom staat vrijwel overal een prijskaartje bij. Dat is
niet alleen leuk voor aspirant-kopers, maar ook voor museumbezoekers’.
Het is waar. Bij andere musea staat eigenlijk nooit wat iets waard is en
dit maakt dat je met andere ogen naar de auto’s kijkt. Je gaat ook
vergelijken: Als ik dan toch 50.000 gulden te besteden had, dan zou ik
zeker niet die kopen, maar voor hetzelfde geld liever die hebben.
Overigens – en dat is ook opmerkelijk – zijn veel antieke wagens
helemaal niet zo duur als je denkt. Zo is er een Amerikaanse Chrevrolet
Belair uit 1955 voor 19.000 gulden. Voor wie wat meer te besteden heeft
een Rolls Royce Silver Shadow uit 1976 voor 49.500 gulden. Wie dat nog te
min is: Een Rolls Royce Corniche uit 1979 kan voor 129.000 gulden
aangeschaft worden. Bij sommige wagens staat geen prijs. Die wordt bepaald
in overleg met de gegadigde. ‘Ach, het maakt ons niet uit of een wagen
hier een paar maanden langer staat. In tegenstelling tot bij de gewone
dealer worden ze hier alleen maar meer waard’, lacht de
suppoost-handelaar.
Dat
mensen heden ten dage nogal wat geld hebben voor dit soort luxe (Je kunt
er immers alleen mee pronken en aan poetsen, want er boodschappen mee doen
bij de supermarkt is er niet bij) blijkt dat alle driehonderd auto’s in
een jaar tijd verkocht worden. Tweederde verdwijnt naar het buitenland en
honderd krijgen een Nederlandse eigenaar. ‘Ja en dat houdt dit ook leuk
als museum, want we hebben elk jaar een volledig nieuwe collectie’.
Andere
bezienswaardigheden in deze buurt:
1)De
8000 hectaren aan naaldbossen en heidevelden in De Kempen ten zuiden van
Hapert.
2)Het
museum Jan Corver in Budel, dat alleen de eerste en derde zaterdag van de
maand van 10 tot 17 uur geopend is. Hier kan de bezoeker kennis maken met
het radiozendamateurisme, onder andere over de rol van zendamateurs
tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp in 1953.