Grenzeloos 18:
Stramproy naar
Budel
Naar kaartje van dit gebied
Kaartlezen is een kunst op zich. De verkeerde afslag genomen, dus we
schieten zomaar België binnen. De grenspost ligt er verlaten bij. Het
douanekantoor wordt zelfs te koop aangeboden. Wat voor een handeltje zou
je
hier nu moeten beginnen? Bij het Brabantse Weert zijn we rechts langs de
Zuid-Willemsvaart gereden, op zoek naar de Laurabossen. In Weert moeten we
ons echter een weg over een industrieterrein kronkelen om aan de juiste
kant
van het water terecht te komen.
Bij het bos staat een plattegrond met daarop één gemarkeerde wandeling
(5
km) en een aantal fietsroutes. En weer kijken we niet goed op de kaart. De
rode paaltjes route kent namelijk een bepaalde looprichting. We hadden
meteen links moeten gaan - maar dat paaltje was verdwenen, bleek later -
en
laten ons lokken door een rode paal verderop. Gevolg: We vinden slechts
twee
van de zes panelen die de historie van dit bos vertellen en lopen
uiteindelijk maar onze eigen route.
De Laurabossen danken hun naam aan de Laura-mijn in Zuid-Limburg. Toen de
uitgestrekte heidevelden, die hier van oorsprong te vinden waren, hun
functie verloren (kunstmest verving de schapenmest) werden hier in 1925
bomen ingeplant. De bossen zouden het hout moeten leveren voor het stutten
van de mijngangen. Aangezien de bomen pas bij 40-jarige leeftijd breed en
sterk genoeg waren voor dat doel en de Nederlandse steenkoolmijnen in 1964
de poorten sloten zal de oogst niet groot geweest zijn.
In de jaren zestig is het beheer van het bosperceel overgenomen door de
gemeente Weert, die geprobeerd heeft het eentonige aanblik van de
rechthoekige percelen met grove den te doorbreken door ook loofbomen aan
te
planten. Overigens verkoopt de gemeente nog steeds hout uit dit bos,
hoewel
het niet meer de belangrijkste functie is. Om het voor fietsers en
wandelaars aantrekkelijker te maken zijn Corsicaanse dennen, Douglas
sparren
en Japanse Lariks geplant. Boomvalken, Kornhoenders en Zwarte Spechten
hebben zich er dankbaar in genesteld.
In de zuid-oostelijke hoek van het bos staan nog de oorspronkelijke bomen
die in het begin van vorige eeuw werden aangeplant. Dat is het gevolg van
de
natuurlijke eigenschap van de mens om te kiezen voor de gemakkelijkste
weg.
De bomen die het dichtst bij de Zuid-Willemsvaart staan zijn namelijk het
eerst geveld, omdat ze dan eenvoudig per schip afgevoerd konden worden.
Halverwege de wandeling passeren we een flink heideveld, waarop echter
grote
waarschuwingsborden staan: 'Als de rode vlag gehesen is wordt hier met
handgranaten gegooid'. Het dringend advies is dan ook om op het
handgranatenveld uitsluitend over de paden te lopen.
Iets noordelijker, op zo'n vijf kilometer van de Belgische grens, ligt een
mooier natuurgebied: De IJzeren Man. Grenzend aan de bebouwing van Weert
wordt het met name in de weekeinden druk bezocht. Er is een gratis
toegankelijk natuur- en milieucentrum, waarin met name voor kinderen op
een
heel aardige manier verteld wordt over de geschiedenis van het gebied en
de
dieren die er in leven. Leuk is bijvoorbeeld de gang met allerlei
opgezette
dieren, van muis tot vos, die geaaid mogen worden. Dat leidt tot
verbaasde
uitroepen: 'Wat is zo'n uil zacht!'.
Het bos dankt zijn naam aan de stoomgraafmachine die in de jaren tussen
1910
en 1913 hier zand heeft afgegraven voor de nabijgelegen spoorlijn.
Daardoor
is een groot meer ontstaan. Daaraan ligt nu een subtropisch golfslagbad.
Verder is er een camping, een grote speeltuin, een hippisch centrum en
zijn
er door het bos, met daarin verschillende vennetjes, drie wandelingen
uitgezet. Een mooie streek om eens op vakantie te gaan.