Frankrijk, maar dan anders: vijf regio’s met een buitenlandse ziel
Als je op vakantie gaat in de Franse grensgebieden, zul je je misschien af en toe afvragen: “Ben ik nog wel in Frankrijk?” Door de eeuwen heen zijn er immers tal van invloeden van buitenaf geweest, wat heeft gezorgd voor een heel eigen sfeer en identiteit die je nergens anders vindt.
Beknopte inhoud
Vlaams gevoel in Noord-Frankrijk
Het bovenste stuk van Noord-Frankrijk maakte in de middeleeuwen deel uit van het graafschap Vlaanderen. Daarom zie je nog steeds Vlaamse invloeden terug in deze regio, zoals een Franse en Vlaamse benaming voor steden en dorpen. Je merkt het ook in de architectuur. Denk aan de belforten: middeleeuwse wachttorens met stormklok.
Het departement Pas-de-Calais heeft er maar liefst zes en deze staan op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Daarnaast vind je in Noord-Frankrijk huizen van rode en bruine baksteen en panden met typische trapgevels. Deze Vlaamse stijl is onder andere terug te zien in het oude gedeelte van Lille, in Bailleul, Arras, Cassel en in het boekendorp Esquelbecq.
Zodra je aan tafel gaat in een ouderwets estaminet (café), zul je geen bouillabaisse of pan bagnat voorgeschoteld krijgen. Hier staan stoofvlees, andouille en carbonade flamande op het menu, vergezeld met een goed glas bier. In Noord-Frankrijk is een sterke biercultuur, omdat er altijd de benodigde ingrediënten volop aanwezig zijn geweest. Als gevolg: een groot aantal bierbrouwerijen en een ruim aanbod aan merken en biersoorten voor de liefhebbers.
Keltisch Bretagne
In het westen van Frankrijk vind je de regio Bretagne, alias ‘Breizh’ in het Bretons. Deze Keltische taal komt terug in de straatnamen, die zowel in het Frans als in het Bretons worden weergeven, en kent vandaag de dag nog altijd 107.000 sprekers.
Het Keltisch erfgoed wordt in ere gehouden tijdens het jaarlijkse Festival Interceltique in Lorient. Vanuit alle Keltische landen komen er musici en dansers over om concerten en optredens te verzorgen. Ook zijn er exposities, lezingen, workshops en muziekwedstrijden. Daarnaast organiseert het prachtige stadje Dinan elk jaar een festival rondom de Keltische harp. Wil je de voetjes van de vloer? Ga dan eens naar een Fest-Noz: een feestelijke avond waarbij jong en oud traditionele groepsdansen uitvoeren met livemuziek.
Wie Bretagne zegt, denkt natuurlijk gelijk aan marinières (streepjestruien), oesters of galettes (hartige pannenkoeken) met een glaasje cider erbij. Zoetekauwen moeten eens de koekjes gavottes proberen of het gebak far breton of kouign amann. Tot slot is de bol breton (een schaaltje met je voornaam) uit Quimper het ultieme souvenir voor mee naar huis.
Catalaanse invloeden in Perpignan
Perpignan (Perpinyá in het Catalaans) is de hoofdstad van het departement Pyrénées-Orientales in de Zuid-Franse regio Occitanië. Sinds 1659 hoort het officieel bij Frankrijk, maar halverwege de veertiende eeuw kwam het bij het graafschap Barcelona, later bekend als Vorstendom Catalonië. Die Catalaanse kant is nog altijd duidelijk merkbaar.
Feestelijke evenementen vormen een belangrijk onderdeel van de Catalaanse identiteit. Een eeuwenoude traditie is de ‘Procession de la Sanch’ op Goede Vrijdag. De processie trekt langs een vast parcours door de stad waarbij de deelnemers zwarte gewaden en puntkappen dragen. 23 april is de sterfdag van Sint-Joris, de beschermheilige van Catalonië. Op deze dag geeft men elkaar rozen en boeken als teken van liefde en vriendschap, een soort Catalaanse Valentijnsdag. Op 24 juni wordt de langste dag gevierd met de Fête de la Saint-Jean. De avond ervoor wordt een vreugdevuur boven op de Pic du Canigou aangestoken met de vlam die het hele jaar door brandt en wordt bewaakt in het fort Castillet in Perpignan. Ook hangen er voor de huizen ramellets, boeketjes bloemen voor geluk.
Catalaanse volksdans
Wel eens gehoord van de sardana? Dit is een typisch Catalaanse volksdans die wordt uitgevoerd in een cirkel, hand in hand. Dit gaat onder begeleiding van de cobla, een traditioneel muziekensemble waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor de flaviol, een soort kleine blokfluit.
Tja… en hoe smaakt nou die Catalaanse keuken? Op het menu vind je onder andere boles de picolat (vleesballetjes in tomatensaus), bullinada (vissoep), escalivada (ovengerecht met aubergine, paprika en ui) en ollada (stoofpot). Liefhebbers van zoetigheid kunnen zich verheugen op rousquilles (ringvormig koekje bedekt met suikerglazuur), turrón (nougat) en brazo de gitano (cakerol).
Italiaanse sfeer in Nice
Nice heeft vanaf 1388 als graafschap Nizza eeuwenlang bij het hertogdom Savoye gehoord, wat een gedeelte van het huidige Italië omvatte. Ook viel de stad op een gegeven moment onder het Koninkrijk Sardinië (ook wel Piëmont-Sardinië) totdat het in 1860 aan Frankrijk werd afgestaan in ruil voor Franse militaire steun bij de eenwording van Italië.
Daarnaast trokken er eind negentiende en begin twintigste eeuw veel Italiaanse gastarbeiders naar de stad, waar ze zich vestigden in het oude centrum, rondom de haven of in wijken als Riquier, La Madeleine en Saint-Roch. Als gevolg zijn er talloze ‘Italiaanse’ sporen terug te vinden in de stad.
Kijk maar eens naar de kerken in barokke stijl, de okerkleurige gebouwen of de binnenplaatsjes wanneer je door de kronkelende straatjes van Vieux-Nice flaneert. Daarnaast staan in het oude centrum de straatnamen zowel in het Frans als in het niçois of nissart weergegeven. In dit lokale dialect klinken ook Italiaanse invloeden door als je goed luistert naar “Nissa la Bella”, het officieuze volkslied van Nice. Je kunt ook een stukje Italië proeven in lokale gerechten, zoals de uientaart pissaladière en de welbekende socca, een soort pannenkoek van kikkererwtenmeel. Ook wordt er in de cuisine nissarde veel gebruikgemaakt van olijfolie, basilicum, tomaten en courgette.
Duitse invloeden in de Elzas
De Elzas, gelegen in het noordoosten van Frankrijk, heeft afwisselend toebehoord tot Frankrijk en Duitsland. Niet zo gek dus dat je Duitse invloeden terugziet in deze streek. Al wandelend door plaatsen als Colmar, Mulhouse, Equisheim en Riquewihr zie je prachtige voorbeelden van middeleeuwse vakwerkhuizen, versierd met lokale symbolen en andere decoraties in het houtwerk. Voor de Zuid-Duitse gotiek is de kathedraal van Straatsburg een van de belangrijkste voorbeelden.
De cuisine alsacienne kent gerechten als choucroute (zuurkool), stoofpotjes en flammkuchen (plaattaart). Die kun je proberen in winstubs, traditionele cafés met een huiskamersfeer, onder het genot van een lokaal biertje. Neem als toetje een stukje kugelhopf (tulbandcake).







